Sinds 18 augustus 2026 is de Europese eEvidence-verordening van toepassing. Daarmee krijgen justitiële autoriteiten binnen de EU nieuwe mogelijkheden om elektronisch bewijsmateriaal uit andere EU-landen op te vragen. Voor digitale dienstverleners betekent dit dat zij onder bepaalde omstandigheden gegevens moeten bewaren of verstrekken aan een autoriteit uit een andere EU-lidstaat.

Dit heeft voor digitale dienstverleners de nodige gevolgen. Niet alleen vanwege de gegevens die kunnen worden opgevraagd, maar vooral vanwege de korte termijnen waarbinnen een dienstverlener moet handelen. Dat vraagt om voorbereiding.

Wat verandert er door eEvidence?

Verordening (EU) 2023/1543 introduceert onder meer het Europees verstrekkingsbevel (European Production Order) en het Europees bewaringsbevel (European Preservation Order).

Met een verstrekkingsbevel kan een bevoegde autoriteit de verstrekking van elektronisch bewijs bevelen. Een bewaringsbevel is erop gericht te voorkomen dat bepaalde gegevens worden verwijderd voordat deze later kunnen worden opgevraagd.

Bijzonder is het grensoverschrijdende karakter. Een Europees bevel kan rechtstreeks worden gericht aan de aangewezen vestiging of wettelijke vertegenwoordiger van een dienstverlener in een andere lidstaat. Daarmee hoeft niet steeds de traditionele route van rechtshulp tussen nationale autoriteiten te worden gevolgd.

Dat betekent overigens niet dat nationale autoriteiten volledig buitenspel staan. Voor bepaalde verstrekkingsbevelen inzake verkeers- en inhoudelijke gegevens moet eerst een notificatieprocedure worden gevolgd. Daarnaast bevat de verordening gronden waarop de handhavende autoriteit tegen verstrekking kan optreden.

Welke digitale dienstverleners vallen eronder?

Het toepassingsgebied is ruim. De regeling kan onder meer relevant zijn voor aanbieders van elektronische communicatiediensten, hosting- en cloudproviders en bepaalde online platforms. Ook aanbieders van internetdomeinnaam- en IP-nummeringsdiensten kunnen onder de regeling vallen.

Voor ICT-leveranciers is daarom allereerst van belang om vast te stellen of de eigen dienstverlening onder de eEvidence-regels valt.

Vervolgens moet worden vastgesteld welke gegevens binnen de organisatie aanwezig zijn. De verordening onderscheidt onder meer abonneegegevens, gegevens die uitsluitend worden gevraagd om een gebruiker te identificeren, verkeersgegevens en inhoudelijke gegevens. Voor deze categorieën gelden niet in alle gevallen dezelfde voorwaarden en waarborgen.

Termijnen

Een van de meest in het oog springende onderdelen van eEvidence zijn de termijnen.

Een Europees verstrekkingsbevel moet in beginsel binnen tien dagen worden uitgevoerd. In spoedgevallen geldt een aanzienlijk kortere termijn: de gevraagde gegevens moeten dan zonder onnodige vertraging en uiterlijk binnen acht uur worden verstrekt.

Dat maakt eEvidence niet uitsluitend tot een juridisch vraagstuk.

Een dienstverlener moet ook praktisch in staat zijn een binnenkomend bevel te herkennen, de geldigheid en inhoud daarvan te beoordelen, de juiste gegevens te lokaliseren en de noodzakelijke technische en juridische stappen te zetten.

Te laat reageren kan tot een forse sanctie leiden. Wanneer een dienstverlener niet binnen de voorgeschreven termijn aan een Europees verstrekkings- of bewaringsbevel voldoet en daarvoor geen aanvaarde reden bestaat, kan het bevel formeel ten uitvoer worden gelegd. Bovendien moeten lidstaten geldelijke sancties kunnen opleggen tot 2% van de totale wereldwijde jaaromzet van de dienstverlener in het voorafgaande boekjaar. De korte reactietermijnen zijn daarmee geen vrijblijvende administratieve termijnen. Een dienstverlener moet vooraf hebben geregeld wie een bevel beoordeelt en hoe de gevraagde gegevens tijdig kunnen worden veiliggesteld en verstrekt.

Nederland is nog niet volledig operationeel gereed voor uitvoering

Voor Nederlandse dienstverleners doet zich bovendien een bijzondere situatie voor. De Europese verordening is sinds 18 augustus 2026 van toepassing, terwijl de Nederlandse uitvoering en aansluiting op de Europese infrastructuur nog niet volledig operationeel zijn.

Naar verwachting wordt Nederland in het eerste kwartaal van 2027 operationeel binnen het daarvoor bestemde Europese systeem.

Dat betekent niet dat Nederlandse digitale dienstverleners tot dat moment niets hoeven te doen. De verplichtingen uit de Europese verordening gelden al. Een Nederlandse aanbieder kan dus nu al met een grensoverschrijdend verzoek worden geconfronteerd.

Wat moet een dienstverlener nu regelen?

eEvidence vraagt in de eerste plaats om een interne procedure. 

• Wie ontvangt een bevel? 

• Wie beoordeelt het juridisch? 

• Wie kan de gevraagde gegevens lokaliseren en veiligstellen? 

• Wie beslist uiteindelijk over verstrekking?

Wat houdt eEvidence in voor bestaande ICT-contracten?

Digitale dienstverlening bestaat vaak uit een keten van partijen. Een SaaS-aanbieder kan bijvoorbeeld gebruikmaken van infrastructuur of diensten van andere leveranciers. Relevant is daarom waar gegevens zich bevinden en welke partij daar feitelijk toegang toe heeft.

Contracten kunnen afspraken bevatten over verzoeken van overheidsinstanties, vertrouwelijkheid, beveiliging, informatieverplichtingen en medewerking door leveranciers. Die afspraken moeten worden bezien tegen de achtergrond van de wettelijke verplichtingen van eEvidence. Een contract kan een wettelijke verplichting tot verstrekking immers niet eenvoudig terzijde schuiven.

Voor ICT-afnemers is omgekeerd relevant wat hun leverancier met gegevens kan of moet doen wanneer deze met een Europees bevel wordt geconfronteerd.

eEvidence vraagt meer dan alleen compliance

De praktische betekenis van eEvidence zit vooral in de combinatie van juridische verplichtingen, korte reactietermijnen en afhankelijkheden binnen de ICT-keten.

Voor digitale dienstverleners is het daarom verstandig om niet te wachten totdat het eerste bevel binnenkomt. Breng vooraf in kaart of eEvidence op uw dienstverlening van toepassing is, welke gegevens geraakt kunnen worden en of uw interne procedures en contractuele afspraken daarop zijn ingericht.

Zijn uw organisatie en ICT-contracten voorbereid op eEvidence?

Wilt u vóór het eerste verzoek weten waar de juridische en contractuele aandachtspunten voor uw organisatie liggen? Dan kunnen wij dit gericht beoordelen in de vorm van juridisch advies of een contractreview.

Neem vrijblijvend contact met ons op. Klik op onderstaande button of bel ons op 010-2290646.