In een recente uitspraak heeft het Gerechtshof Amsterdam het kort geding-vonnis van 3 december 2024 in een zaak tussen een metaalbedrijf en een IT-dienstverlener vernietigd. De voorzieningenrechter kende het metaalbedrijf eerder een voorschot op schadevergoeding toe van ruim 5 ton, vanwege het ontbreken van back-ups van een nieuwe server waar het ERP-systeem op stond. Volgens het hof is de claim in deze fase echter onvoldoende aannemelijk en moet het voorschot worden terugbetaald. In deze blog gaan wij nader in op de uitspraak van het hof.
Achtergrond van de zaak
Het metaalbedrijf vorderde in kort geding een voorschot op schadevergoeding van haar IT-dienstverlener wegens het niet maken van back-ups. Na een crash in 2024 bleek dat er sinds 2022 geen cloud-backups waren gemaakt van de server waarop de ERP‑software draaide. Deze server was in 2022 door een derde partij nieuw geplaatst. Het metaalbedrijf stelde dat het IT-bedrijf verantwoordelijk was voor het opnemen van deze server in het back-upschema, zoals dat ook het geval was voor de oude server. Door het dataverlies kwam het metaalbedrijf vrijwel stil te liggen. De IT-dienstverlener betwistte dat zij verplicht was om back-ups van de nieuwe server te maken. De overeenkomst had betrekking op een specifieke set servers en niet op deze nieuwe met de ERP-software. Daarvoor had het metaalbedrijf een nieuwe opdracht moeten geven.
Het metaalbedrijf beriep zich op spoedeisend belang en stelde dat de schade waarschijnlijk zou worden toegekend in een bodemprocedure. De IT-dienstverlener verweerde zich met onder andere een exoneratieclausule en betwistte de aannemelijkheid van de schade. De voorzieningenrechter wees de vordering toe en kende het metaalbedrijf een voorlopige schadevergoeding toe.
Hoger beroep: het oordeel van het hof
Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat volgens de bestaande overeenkomst het IT-bedrijf niet verplicht was om automatisch alle nieuwe servers van back-ups te voorzien. De afspraken in de overeenkomst geven echter geen ondubbelzinnige basis. Om de vraag te kunnen beantwoorden wie welke verplichting op zich neemt bij vervanging van systemen is volgens het hof een nadere uitleg van de overeenkomst nodig. Voor dat soort onderzoek is een kort geding echter niet bedoeld. Daarnaast is er volgens het hof geen reden om de contractuele aansprakelijkheidsbeperking niet van toepassing te verklaren. Het metaalbedrijf stelde dat er zo ernstig/roekeloos was gehandeld dat de schade niet beperkt mag worden, maar het hof ziet geen aanwijzingen voor opzet of roekeloos gedrag.
Wat met name interessant is, is dat het hof hier duidelijk aangeeft dat de voorzieningenrechter te ver is gegaan met het toekennen van die voorlopige schadevergoeding.
Het hof motiveert dit als volgt:
Onvoldoende aannemelijkheid van tekortkoming: het metaalbedrijf had onvoldoende onderbouwd dat de dienstverlener contractueel verplicht was om automatische back-ups te maken. De overeenkomst en correspondentie boden geen sluitend bewijs dat de vermeende tekortkoming daadwerkelijk had plaatsgevonden.
Terughoudendheid bij voorlopige schadevergoeding in kort geding: Het toekennen van geldvorderingen in kort geding is alleen mogelijk als het bestaan van een vordering voldoende aannemelijk is en daarnaast sprake is van feiten of omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van belangen van de partijen moet ook het risico van onmogelijkheid van terugbetaling worden betrokken, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening. In deze zaak was aan deze vereisten niet voldaan.
Exoneratieclausule niet uitgesloten: Op de overeenkomst zijn de Nederland ICT- voorwaarden van toepassing, waardoor het IT-bedrijf zich kon beroepen op een exoneratieclausule. Het metaalbedrijf had volgens het hof niet overtuigend aangetoond dat toepassing daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. Het hof acht het niet aannemelijk dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het beroep op de aansprakelijkheidsbeperking naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De voorzieningenrechter had dit onvoldoende meegewogen.
Het hof vernietigt daarom het toekennen van de voorlopige schadevergoeding en verwijst partijen naar een bodemprocedure voor de definitieve schadevaststelling. Het metaalbedrijf moet het eerder toegekende schadevoorschot van EUR 509.606,- terugbetalen.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Deze zaak toont wederom aan dat het van belang is om goede afspraken over back-ups te maken en welke servers daaronder vallen. Daarnaast maakt deze uitspraak nog eens duidelijk dat partijen die in kort geding een geldvordering willen afdwingen er rekening mee moeten houden dat:
voorlopige schadevergoeding alleen kan worden toegekend bij voldoende aannemelijkheid en spoedeisend belang.
complexe bewijsstukken of betwiste contractuele verplichtingen zich meestal beter lenen voor een bodemprocedure.
Wilt u weten of uw afspraken rondom back-ups afdoende geregeld zijn? Of heeft u een ander vraagstuk op het gebied van ICT-recht?
U kunt voor juridisch advies bij ons terecht. Neem vrijblijvend contact op en bespreek uw situatie.
Klik op onderstaande button of bel ons direct op telefoonnummer 010-2290646.