In 2020 schreven wij al over de juridische strijd tussen Equihold en Capgemini over de kwaliteit van ontwikkelde software. Zes jaar later loopt de juridische procedure nog steeds. Op 17 juli 2026 heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof Den Haag gedeeltelijk vernietigd en de zaak doorverwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Opmerkelijk genoeg is na ruim twaalf jaar procederen de centrale vraag nog steeds niet inhoudelijk door een rechter beantwoord:
Was de door Capgemini ontwikkelde software daadwerkelijk van onvoldoende kwaliteit?
Waarom die vraag na jaren nog altijd niet is beantwoord
De procedure werd jarenlang beheerst door juridische voorvragen in plaats van de inhoudelijke vraag over de software zelf.
De zaak begon in 2005. Equihold gaf Capgemini opdracht haar sportapplicatie 1-2 Focus te migreren naar het Microsoft .NET-platform. De applicatie werd gebruikt door onder meer FC Barcelona en PSV.
Volgens Equihold bevatte de ontwikkelde software ernstige technische tekortkomingen. Diverse deskundigen concludeerden later zelfs dat een volledige herschrijving van de broncode noodzakelijk was.
Toch is de kwaliteit van die software twaalf jaar later nog steeds niet door een rechter beoordeeld.
Voordat er aan die inhoudelijke vraag kon worden toegekomen, moesten eerst alle juridische voorvragen worden beantwoord, zoals: was er sprake van verzuim, was een ingebrekestelling vereist, was een fatale termijn overeengekomen, en kon Capgemini zich beroepen op haar exoneratiebeding?
Dat patroon is illustratief voor veel IT-geschillen. In de praktijk blijken conflicten vaak niet te stranden op de techniek, maar op de contractuele afspraken.
Wat heeft de Hoge Raad nu beslist?
De Hoge Raad laat de belangrijkste contractuele oordelen van het gerechtshof in stand.
Dat betekent onder meer dat:
geen sprake was van een fatale oplevertermijn;
Capgemini niet in verzuim is geraakt;
de contractuele wanprestatievordering daarom grotendeels strandt.
Interessanter is wat de Hoge Raad vervolgens wél zegt. Equihold had namelijk ook aangevoerd dat Capgemini onrechtmatig had gehandeld, onder meer door:
een intern kwaliteitsrapport zou hebben achtergehouden;
een onjuiste voorstelling van zaken zou hebben gegeven over de softwarearchitectuur;
onvoldoende ervaren ontwikkelaars zou hebben ingezet voor een complex softwareproject.
Het gerechtshof Den Haag had deze grondslag zonder zelfstandige beoordeling afgewezen.
Volgens de Hoge Raad mocht dat niet. Een vordering uit onrechtmatige daad moet zelfstandig worden beoordeeld. Dat een contractuele vordering niet slaagt, betekent niet automatisch dat ook een beroep op onrechtmatige daad faalt.
Daarmee heeft de Hoge Raad een belangrijk onderscheid nogmaals bevestigd.
De kwaliteit van de software
Misschien wel de meest veelzeggende passage is niet afkomstig van de Hoge Raad zelf, maar uit de conclusie van de advocaat-generaal. Zij merkte op dat de rechtspraak na ruim twaalf jaar nog nauwelijks heeft bijgedragen aan een definitieve oplossing, omdat nog steeds geen begin is gemaakt met de inhoudelijke beoordeling van de kwaliteit van de software.
Dat is een opmerkelijke constatering. De zaak laat zien hoe een softwaregeschil volledig kan worden gedomineerd door procesrechtelijke discussies, terwijl de technische kern van het conflict buiten beeld blijft.
Juist daarom is investeren in duidelijke contractuele afspraken geen administratieve formaliteit, maar een essentieel onderdeel van risicobeheersing.
Wat betekent dat voor uw organisatie en uw IT-contracten?
Deze zaak maakt nogmaals duidelijk dat contractuele afspraken duidelijk en juist moeten worden vastgelegd.
De belangrijke uitgangspunten voor IT-contracten:
1. Beschrijf kwaliteit zo concreet en objectief mogelijk
Leg vooraf vast:
welke functionaliteiten worden ontwikkeld;
wanneer sprake is van oplevering;
welke acceptatiecriteria gelden;
welke prestaties meetbaar zijn;
welke gebreken eerst moeten worden hersteld.
Hoe concreter deze afspraken zijn, hoe kleiner de kans dat achteraf discussie ontstaat.
2. Besteed aandacht aan de acceptatieprocedure
Een goede acceptatieprocedure bepaalt onder meer:
hoe lang mag worden getest;
hoe gebreken moeten worden gemeld;
wat een gebrek is;
wanneer sprake is van een wijzigingsverzoek;
hoeveel herstelrondes plaatsvinden;
wanneer software geacht wordt te zijn geaccepteerd.
Juist deze afspraken bepalen later vaak de juridische positie van partijen.
3. Vergeet de ingebrekestelling niet
Wanneer geen fatale termijn is overeengekomen, zal een opdrachtgever in veel gevallen eerst een correcte ingebrekestelling moeten versturen voordat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding wegens wanprestatie.
Dat lijkt een formaliteit, maar is dat — zoals deze zaak bevestigt — zeker niet.
4. Kijk verder dan alleen het contract
De Hoge Raad laat zien dat naast een contractuele tekortkoming ook ruimte kan bestaan voor aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad.
Dit betekent dat gedragingen zoals misleiding, het achterhouden van essentiële informatie of andere zelfstandige onrechtmatige gedragingen afzonderlijk moeten worden beoordeeld.
Voor softwareleveranciers onderstreept dit het belang van transparantie gedurende het gehele ontwikkeltraject.
Conclusie
Of u nu software ontwikkelt, software laat ontwikkelen of verantwoordelijk bent voor complexe IT-projecten: deze uitspraak bevestigt opnieuw dat de juridische basis van een softwareproject minstens zo belangrijk is als de technische uitvoering.
Heldere afspraken over scope, acceptatie, kwaliteit, herstel, aansprakelijkheid en beëindiging van het project verkleinen niet alleen de kans op een geschil, maar zorgen er ook voor dat een eventueel conflict sneller en effectiever kan worden opgelost.
Wilt u weten of uw softwarecontract voldoende bescherming biedt of bent u verwikkeld in een geschil over een softwareproject?
Wij adviseren dagelijks over diverse IT-contracten, acceptatiegeschillen en IT- aansprakelijkheid.
Neem gerust contact met ons op via 010-2290646 of klik op onderstaande button.