Online reviews spelen een belangrijke rol bij de keuze van consumenten voor een product of dienst. Een onderneming kan daarom een aanzienlijk commercieel voordeel behalen met positieve beoordelingen. Maar wat als die beoordelingen helemaal niet afkomstig zijn van echte klanten?

Het Gerechtshof Amsterdam heeft in het arrest van 4 augustus 2026 zich hierover uitgesproken. In deze zaak stond een geschil tussen twee ondernemingen die zich bezighouden met het aanvechten van verkeersboetes centraal. Naast een discussie over auteursrecht op teksten en de vormgeving van een website, kwam ook het gebruik van zogenoemde ‘nepreviews’ aan de orde.

Het hof maakt daarbij duidelijk dat ondernemingen niet zomaar fictieve gebruikerservaringen mogen creëren om hun onderneming aantrekkelijker te presenteren. Een concurrent kan daartegen optreden, ook wanneer hij niet kan aantonen dat hij als gevolg daarvan daadwerkelijk omzet heeft misgelopen.

Wanneer is een review een ‘nepreview’?

Reviews kunnen consumenten helpen om een beeld te krijgen van de kwaliteit en betrouwbaarheid van een onderneming. Juist daarom kunnen valse reviews een onderneming een oneerlijke voorsprong geven.

In artikel 6:193g BW is een lijst opgenomen met handelspraktijken die onder alle omstandigheden als misleidend worden beschouwd. Daaronder valt ook het (laten) plaatsen van valse beoordelingen of aanbevelingen van consumenten om producten of diensten te promoten.

Het gaat dus niet alleen om een review die inhoudelijk onjuist is. Ook het presenteren van een fictieve gebruikerservaring als een echte ervaring kan onder deze bepaling vallen.

Wat speelde er in deze zaak?

Fixiq Legal en Bonnetje waren actief op een vergelijkbaar terrein. Nadat gesprekken over een mogelijke samenwerking waren stukgelopen, ontwikkelde Bonnetje een eigen website en applicatie.

Op de website van Bonnetje stonden reviews die volgens Fixiq niet waren gebaseerd op daadwerkelijke ervaringen met de dienstverlening van Bonnetje. De reviews waren onder meer afkomstig van personen die bij Bonnetje betrokken waren. Bovendien waren sommige reviews al geplaatst voordat de app daadwerkelijk live was.

Daarbij werd niet vermeld dat het om fictieve voorbeelden ging.

Het hof achtte dit relevant. Het lag volgens het hof voor de hand dat met de reviews werd beoogd om Bonnetje voor potentiële klanten aantrekkelijker te presenteren. Daarmee werd op oneigenlijke wijze een voorsprong op concurrenten gecreëerd.

Het hof kwalificeerde dit als een oneerlijke handelspraktijk en daarmee als onrechtmatig jegens Fixiq Legal.

Geen schade? Toch kunt u optreden

Een belangrijk onderdeel van het arrest is dat Fixiq Legal niet hoefde aan te tonen dat zij daadwerkelijk schade had geleden door de nepreviews.

De kantonrechter had eerder geoordeeld dat een concurrent alleen een beroep op de bescherming van artikel 6:193g BW kon doen wanneer hij als gevolg van de reviews schade had geleden of daarvan aantoonbaar nadeel had ondervonden.

Het hof gaat daar nadrukkelijk niet in mee.

Volgens het hof gaat het om een handelspraktijk die onder alle omstandigheden misleidend is jegens consumenten. De mogelijkheid dat concurrenten hierdoor worden benadeeld, is inherent aan het gebruik van dergelijke nepreviews. Concurrenten hebben bovendien belang bij een gelijk speelveld: een onderneming mag zichzelf niet ten opzichte van concurrenten bevoordelen door gebruik te maken van niet-authentieke beoordelingen.

Een concurrent hoeft daarom niet eerst een omzetdaling, verlies van klanten of andere concrete schade aan te tonen voordat hij tegen dergelijke reviews kan optreden.

Dat is voor ondernemingen een belangrijk praktisch punt. Wie constateert dat een concurrent zich met fictieve klantbeoordelingen presenteert, hoeft dus niet af te wachten totdat daadwerkelijk aantoonbare commerciële schade ontstaat.

Ook als de reviews al zijn verwijderd, kan een verbod volgen

Bonnetje had de betreffende reviews inmiddels verwijderd. Toch vond het hof een verbod gerechtvaardigd.

Bonnetje werd veroordeeld om de betreffende nepreviews verwijderd te houden en geen reviews te plaatsen die niet zijn gebaseerd op daadwerkelijke gebruikerservaringen. Aan het verbod werd een dwangsom verbonden.

Dat is relevant voor ondernemingen die overwegen juridische stappen te zetten tegen een concurrent. Het feit dat een review na een sommatie of voorafgaand aan de procedure wordt verwijderd, betekent niet automatisch dat daarmee iedere juridische grondslag voor optreden verdwijnt. Afhankelijk van de omstandigheden kan er nog steeds belang bestaan bij een rechterlijk verbod voor de toekomst.

Hoe bewijs je dat een review niet echt is?

In de praktijk kan juist het bewijs een belangrijk aandachtspunt zijn. Het is daarom verstandig om bij vermoedens van nepreviews eerst zorgvuldig vast te leggen wat er online staat. Denk bijvoorbeeld aan:

  • screenshots van de betreffende reviews;

  • de datum waarop de review online stond;

  • de datum waarop een product of dienst daadwerkelijk beschikbaar was;

  • informatie over de identiteit of betrokkenheid van de reviewer;

  • eerdere of latere reviews van dezelfde persoon;

  • opvallende overeenkomsten tussen verschillende reviews;

  • communicatie waaruit blijkt dat de review geen echte gebruikerservaring weergeeft.

In de zaak tussen Fixiq Legal en Bonnetje speelde bijvoorbeeld mee dat bepaalde reviews al vóór de lancering van de app waren geplaatst. Ook waren sommige personen kort na de lancering opnieuw als reviewer zichtbaar. Dat maakte de echtheid van de beoordelingen op zijn minst twijfelachtig.

En hoe zit het met auteursrecht op websiteteksten?

Naast de discussie over de reviews speelde in deze zaak ook auteursrecht een rol.

Fixiq Legal stelde dat Bonnetje auteursrechtelijk beschermde teksten had overgenomen. Het hof wees die vorderingen echter af.

Dat betekent overigens niet dat websiteteksten nooit auteursrechtelijk beschermd zijn. Voor auteursrechtelijke bescherming moet sprake zijn van een werk dat een eigen oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijke stempel van de maker draagt.

Het hof vond dat in deze zaak onvoldoende aanwezig.

De opbouw en het format van de website werden in belangrijke mate bepaald door de functionaliteit. Ook de Q&A, het doorloopproces en het machtigingsformulier waren volgens het hof voornamelijk functioneel, technisch en juridisch van aard. Hierbij is doorgaans weinig ruimte voor creatieve keuzes en maakt het lastiger om auteursrechtelijke bescherming te claimen. 

Conclusie

Het hof Amsterdam maakt met deze uitspraak duidelijk dat online reviews ingezet mogen worden om een onderneming onder de aandacht te brengen, maar niet door fictieve gebruikerservaringen als echte ervaringen te presenteren.

Voor concurrenten is vooral van belang dat zij niet eerst concrete schade hoeven aan te tonen. Het belang van een eerlijk speelveld tussen ondernemingen is voldoende om tegen een dergelijke handelspraktijk op te treden.

Voor ondernemers betekent dit tegelijkertijd dat zij kritisch moeten kijken naar de manier waarop reviews op hun website, app en andere online kanalen worden verzameld en gepresenteerd. Een review die commercieel aantrekkelijk is, maar niet op een echte gebruikerservaring berust, kan uiteindelijk een juridisch probleem opleveren.

Heeft u vragen over online reviews, misleidende handelspraktijken of het gebruik van content op uw website?
Legalz adviseert ondernemingen over de juridische risico’s van online marketing, consumentenrecht en digitale dienstverlening. Neem vrijblijvend contact met ons op, via telefoonnummer 010-2290646 of klik op onderstaande button.